Level Test

Test your level

Level Test

Location(Required)

Beginner 1:

You can stop the test when the questions get too difficult. Then scroll down and send it. You will receive the results within 1-2 working days in your mail box – check your spam too!
1. Ik ………. Anna.
2. Ik kom ……… Spanje.
3. Het is dinsdag. Overmorgen…
4. Heb je vrijdag iets te doen?
5. Volgende week ben ik ……
6. Hij heet Johan. ……. naam is Johan.
7. Wij hebben …… kinderen.
8. Ik….. dansen leuk.
9. Welke zin is correct?
10. In de bibliotheek kun je boeken..
11. – ……. leer je Nederlands? – Mijn vriend is een Nederlander.
12. – Wij gaan in mei trouwen. – …..
13. Dit is een foto van mijn..
14. Op het station ….. je niet roken.
15. – In ….. stad …. je? – Ik woon in Den Haag.

Beginner 2:

1. De auto is ……. Het is een ……. auto.
2. Het is …… boek. Het boek is…….
3. Paula en Dirk gaan trouwen. Ik koop een mooi cadeau voor….
4. Waar staat de auto? …… staat in de garage
5. Wie is er aan de beurt?
6. Ik doe een cursus Nederlands…..
7. Hoe ga je naar je werk?
8. …… jullie je huiswerk……?
9. Wij ….. nog nooit in Parijs ……
10. Wat is NIET correct?
11. Hoeveel broers heeft meneer Van Dijk?
12. Wat is je hobby?
13. Ben je weleens naar een concert geweest?
14. – …… we iets gaan drinken? – Ja, gezellig!
15. We hebben een afspraak ….. vrijdag ….. 16.00 uur.

Pre-Intermediate 1:

1. …… blauwe auto is mooier dan …… groene auto daar.
2. De stoelen zijn mooi. …. zijn mooi. Ik wil…. kopen
3. We hebben een leuk huis.
4. Ik kan mijn sleutels niet vinden. Ik ….. ze de hele dag …..
5. Welke zin is correct?
6. Rob en Heleen zeggen dat…
7. De foto hangt ……
8. De huisarts: ‘Waar hebt u last van?’ De patiënt: ‘……’
9. Welke zin is correct?
10. Welke zin is correct?
11. Amsterdam is … Den Haag. Amsterdam is de … stad.
12. Doe je aan sport?
13. Welke zin is correct?
14. Ik heb een … huis dan mijn tante
15. De afstandsbediening ligt meestal…

Pre-Intermediate 2:

1. Wat vind je irritant?
2. Ik lijk op mijn moeder. We hebben allebei ……. schouders en …… haar.
3. Welke zin is correct?
4. Vroeger … de mensen geen internet. Ze … meer brieven en kaarten.
5. – Ik wil dat je nu komt! – Oké, ik ….!
6. Kunt u me doorverbinden met dokter De Groot?
7. We gaan naar de supermarkt …
8. Waarom leer je Nederlands?
9. Mijn favoriete vak op school was …
10. Welke vraag is correct?
11. – Ben je tevreden over je salaris? – Nee, ik vind mijn salaris ….
12. Welke zin is NIET correct? – Bel je me binnenkort? – Ja, dat …
13. Welke zin is NIET correct?
14. Wat is NIET correct? Er spelen …… kinderen op straat.
15. Hij is niet netjes, maar juist heel … , en hij is niet rustig maar juist heel …

Intermediate 1:

1. Wat betekent NIET hetzelfde als ‘stijgen’?
2. We ….. naar Den Haag geweest en hebben het Binnenhof …..
3. Duitsland ligt ten …. van Nederland.
4. Wat is de BESTE zin?
5. Van alle steden is Amsterdam …..
6. – Luister je wel eens naar de Nederlandse radio? – Nee, ….
7. Welke zin is NIET correct?
8. Welke zin is correct? – Waarom heb je geen hond? – …
9. Ik heb niet geleerd voor de test maar ik ben toch geslaagd. …
10. Omdat hij ziek is, …
11. Welke zin is NIET correct? – Het is ….
12. Toen …., had ik een hond.
13. – Nederlanders zijn gierig. – …..
14. Ik ben kwaad …
15. Welk woord is hier NIET goed? Bij dit bedrijf werken veel …

Intermediate 2:

1. Ik heb altijd al Nederlands
2. Welke zin gaat NIET over overlast?
3. Bij dit bedrijf werken …. jonge mensen.
4. Dit is de cursus …. ik me voor heb ingeschreven.
5. Dit is de collega …. betrokken is bij dit project.
6. Welk woord hoort er niet bij?
7. Wat is GEEN beleefde vraag?
8. Welke zin is NIET goed?
9. Welke vraag is NIET goed?
10. Kies het juiste woord. ´Op het menu staat rijst met kip en … groenten.´
11. Welke zin is NIET juist?
12. Toen de televisie te laat….., was ik erg boos.
13. Gisteren herinnerde hij ….. haar verjaardag.
14. Kies de correcte reactie. Wat ben je aan het doen?
15. Nadat we onze tanden……., gingen we naar bed.

Nt2 B1-B2:

1. Ik wil best met jullie kamperen dit weekend, ____________ het goed weer wordt. Anders blijf ik liever thuis.
2. Kies de juiste zin.
3. Heb je wel eens gehoord hoe koningin Máxima Nederlands praat?
4. Hoe harder je studeert, hoe ..
5. Alle kinderen in Nederland kunnen een aantal … bij de dokter halen, zodat ze beschermd zijn tegen ziektes zoals hepatitis B en polio.
6. Het vervoersmiddel …. ik het meest reis, is de fiets.
7. In Nederland kun je deelnemen aan het praktische gedeelte van het rijexamen …. je eerst het theorie-examen hebt gehaald.
8. …. Daardoor staan we al een uur in de file.
9. Hij heeft zijn fout …
10. Herinner ….. oma nog?
11. Nadat mijn vader ons op Schiphol ….., vertrokken we met het vliegtuig naar Brazilië.
12. Toen we tien jaar getrouwd …., …. we op stedentrip naar Madeira gegaan.
13. Beloof je dat je vanavond … ?
14. Ergeren jullie …. ook zo …. hondenpoep?
15. Hij weigerde de verkeersboete …